Ons wielerjargon: de lead-out, ultieme gids naar de wielerhemel

Als het coronavirus mee wil werken, wacht ons een wielernajaar om duimen en vingers bij af te likken. Om het lange wachten toch enigszins te verzachten, laten we bij Proximus Picxk elke week ons licht schijnen over een term uit het wielerwoordenboek. Deze week lichten we er de lead-out uit.

© BELGA/AFP

Waar sommige wielerploegen in etappekoersen mikken op het algemeen klassement of trachten om de dagzege weg te graaien met hun baroudeurs, zetten anderen alles in op hun sprintspecialist, die ze zo goed mogelijk omkaderen om in optimale omstandigheden naar de finish te racen.
 
Een sprint winnen is geen kwestie van improviseren: er komt veel voorbereidingswerk bij kijken. Zo is het fameuze ‘treintje’ in de laatste kilometers van een platte etappe inmiddels een bekend fenomeen: vooraan in het peloton klitten de sprintersploegen samen, waarna de snelheidsduivels in een pijlsnelle sliert naar de streep rijden. Die rotvaart maakt tevens eventuele ontsnappingen uit het peloton onmogelijk: die dappere solist zou immers nóg sneller moeten rijden dan de tgv’s op kop.
 
In de laatste kilometer wordt de afmaker naar voren begeleid door zijn ploeggenoten, die één na één op kop komen rijden en met een ultieme krachtinspanning alle resterende jus uit hun benen persen om zoveel mogelijk snelheid te maken. De laatste ploegmaat die de uiteindelijke sprinter naar de best mogelijk sprintpositie piloteert, is de lead-out. Hij speelt een cruciale rol.
 
De lead-out leeft in de schaduw van de sprintvedetten. Hij deinst er niet voor terug om de nodige elleboogstoten uit te delen, als hij daardoor zijn kopman in de best mogelijke positie kan manoeuvreren. Op grosso modo driehonderd meter van de streep zwenkt de lead-out af, en staat de spurtersbom er alleen voor. Hij moet het noeste voorbereidingswerk nu zien af te maken.
 
De relatie tussen de sprinter en zijn lead-out berust op een blind vertrouwen en enkele automatismen, want de minste fout kan desastreuze gevolgen hebben. Voordat de sprinter in de laatste meters als een duivel uit een doosje tevoorschijn schiet, is zijn aandacht volledig gericht op het achterwiel van zijn trouwe wegbereider. Die naaste voorligger bepaalt het traject richting finishlijn, de sprinter volgt blindelings in zijn zog.

Het schoolvoorbeeld Renshaw-Cavendish

Het schoolvoorbeeld Renshaw-Cavendish

© BELGA

Mark Cavendish en Mark Renshaw hadden de kneepjes van het sprintersvak in de benen. Als ongekroonde koning van de sprint was Cavendish schatplichtig aan zijn trouwe lakei. Zonder Renshaw had Cavs palmares er wellicht heel wat soberder uitgezien. De Britse spurtbom en zijn loyale ploegmaat, die zowel op de fiets als ernaast onafscheidelijk waren, regen de successen tijdens hun zesjarige regeerperiode aan elkaar.
 
Een van de meest memorabele zeges van Cav is ongetwijfeld die op de Champs Elysées, het bouquet final van de Tour de France 2009. Nadat ze hun concurrenten voor de laatste bocht ingesloten hadden, waardoor die heel wat terrein verloren, had het duo vrije baan richting eindstreep. Ze kwamen dan ook als eerste en tweede over de meet: een huzarenstukje.
 
Dat Mark Renshaw tot veel bereid was om zijn kopman naar glorie te leiden bleek tijdens de Tour de France van 2010, waarin hij in volle eindspurt enkele kopstoten uitdeelde aan Julian Dean, hetgeen hem op een uitsluiting kwam te staan.
 
Toen hij Etixx-Quick Step in 2016 inruilde voor Dimension Data, stond Cavendish erop dat zijn trouwe lead-out zijn voorbeeld zou volgen. De sympathieke Australiër bewees zijn vriend alweer een dienst en hielp hem nog aan vier etappezeges in de Tour, alvorens in 2019 definitief af te zwaaien.
 
Hongerig naar meer? Lees ons vorig deel in deze reeks, over baroudeurs.

Top
t