Veldrijden, een parcours vol hindernissen

In tegenstelling tot hun collega's die op de weg rijden op mooie asfaltwegen zonder enige obstakels, moeten de veldrijders het elke week opnemen tegen een hele reeks van hindernissen.

Veldrijden, een parcours vol hindernissen

© photonews

De organisatoren van de veldritten lijken er een duivels genoegen in te vinden om hun parcoursen te bezaaien met allerlei obstakels: trappen, hellingen, grachten, kunstmatige bruggen, balken, zand, modder, beekjes... De helden van de cross moeten ze allemaal zien te overwinnen, gezeten op hun fiets of met hun fiets op de schouder.

Tussen traditie en vernieuwing

Tussen traditie en vernieuwing

© photonews

Heel lang was het voor de organisatoren voldoende om gebruik te maken van het terrein waarop het parcours werd gebouwd. Hellingen, afdalingen, paadjes in het bos, een weide vol modder, zand, duinen, scherpe bochten, schuine kanten: dat allemaal maakte deel uit van de traditionele ingrediënten van een fietswedstrijd in het veld. Daarna kwam de tijd van de vernieuwingen en werden kunstmatige hindernissen gebouwd: bruggen, trappen, balken... Alles was goed om de wedstrijd nog moeilijker te maken.

Wat is een hindernis?

Wat is een hindernis?

© photonews

Volgens het reglement van de UCI mag het parcours van een cyclocross maximaal zes kunstmatige hindernissen tellen, waarbij een reeks van meerdere balkjes na elkaar wordt beschouwd als één hindernis. Voor de rest blijft de definitie van een hindernis in het veldrijden heel vaag: “Onder hindernis verstaat men een gedeelte van het parcours waar renners geacht worden (niet verplicht worden) van hun fiets te moeten stappen.” Alles kan dus een hindernis zijn: een heuveltje, trappen, een boomstronk, een gracht... De organisatoren kunnen hun verbeelding de vrije loop laten... op voorwaarde dat de commissarissen het parcours goedkeuren.

Planken of balken

Planken of balken

© photonews

Waarom zijn planken toch zo'n onontbeerlijk onderdeel van het veldrijden geworden?
 
De transformatie van het veldrijden kwam er in de jaren tachtig. De omlopen werden te snel: het werden haast wegwedstrijden. Planken werden toen een onmisbaar onderdeel van het crossparcours om de ware spirit van het veldrijden te bewaren: een wedstrijd waarin de wielrenner nu en dan van de fiets moest om zijn wedstrijd uit te rijden.
 
Maar waarom tijd verliezen om van zijn fiets te springen als je de planken ook al springend kunt overwinnen? De Belg Danny De Bie was een van de eersten om op de fiets te blijven bij het overschrijden van de balken. Hij plaatste toen zijn wiel op de balk alvorens hij het achterwiel met een ruk naar boven wipte. Door deze nieuwe techniek slaagde hij er onder meer in om wereldkampioen te worden in Pontchâteau in 1989.
 
Video:
Danny De Bie aan het werk: onvergetelijke beelden uit 1989...



Later verbaasde Sven Nys, een twintigtal jaar terug, iedereen in Diegem met een nieuwe techniek om over de balken te springen.
 
Met de 'bunny hop' (konijnensprong) maakte hij een speciale 'jump' over de hindernis zonder die te raken. Bij het aanrijden van de balkjes gaat de crosser met zijn lichaam naar achteren leunen en trekt hij aan zijn stuur: het voorwiel komt omhoog en met de pedalen rukt hij zijn achterwiel omhoog. Een techniek die elke crosser onder de knie moet hebben als hij wil behoren tot de wereldtop.
 
Vandaag zijn er nog altijd eliterenners die toch nog afstappen, wat voor anderen dan weer het signaal is om een versnelling te plaatsen.
 
 
Video:
Tom Meeusen legt uit hoe je over een balk springt...

Trappen en hellingen

Trappen en hellingen

© photonews

Een andere hindernis die typisch is voor het moderne veldrijden is de trap: een hindernis die nog geen enkele renner al fietsend heeft kunnen bedwingen. Het kan gaan om een kunstmatige trap of een bestaande trap in een helling of soms een trap die gevormd wordt door de plaatsen waar de renners hun voeten zetten als ze over een helling moeten: het is een hindernis waar iedereen van de fiets moet voor een extra stimulans van de hartslag.

Zand

Zand

© photonews

Op bepaalde parcoursen (zoals op het strand van Oostende, de duinen van Koksijde of het strand van het Zilvermeer) is het zand van nature aanwezig. Op andere parcoursen kieperen de organisatoren enkele vrachtwagens zand op de omloop om een 'zandbak' te creëren waarin de crossers zich kunnen uitleven. Op die zachte ondergrond is het altijd lastig om overeind te blijven of om in het zadel te blijven. De renners zoeken altijd het spoor van hun voorgangers. De UCI heeft in zijn reglementen specifieke afmetingen voor een zandpassage opgenomen: die moet vlak zijn en mag 40 tot 80 meter lang zijn.
 
De befaamde “Kuil” van Zonhoven is de bekendste zandpassage ter wereld. Elk jaar verzamelen duizenden crossliefhebbers zich in dit mekka van het veldrijden: zij maken speciaal de verplaatsing voor deze Kuil.

Zonder Erwin Vervecken en Tom Meeusen zou deze attractie nooit hebben bestaan. In 2008, de dag na de cross van Zonhoven, ontdekten deze twee renners de Kuil na een fietsuitstap die werd georganiseerd voor de werknemers van Fidea.

“De organisatoren dachten dat we die te gevaarlijk zouden vinden en hadden de Kuil daarom niet opgenomen in het parcours”, zo herinnert Erwin Vervecken zich. “Wij vonden dat die wel in het parcours moest.” Bij de eerste editie met de Kuil in de omloop hadden de meeste deelnemers schrik om zich naar beneden te storten, maar snel nam de Kuil mythische proporties aan.

“Als ik in het buitenland een foto over het veldrijden zie, dan is dat bijna altijd eentje van de Kuil. De tickets voor de viptent, net aan de rand van de Kuil, gaan nergens zo snel over de toonbank dan in Zonhoven.”



Demonstratie in het zand met Wout van Aert en Tim Merlier (Loutraki, Griekenland, januari 2018)...

Bochtenwerk

Bochtenwerk

© photonews

Bochten op een helling, bochten in een afdaling, bochten waarbij de renners voorbij de bomen razen, bochten op een schuine kant: een veldrijder moet over heel wat behendigheid en stuurmanskunst beschikken om tussen de lussen in een parcours te laveren.  
 
Sommige cyclocrossers hebben heel persoonlijke technieken uitgevonden om een scherpe bocht te nemen ...

Bruggen

Bruggen

© photonews

Op een moderne omloop vinden we heel vaak een of meerdere bruggen terug die worden gebouwd over een ander deel van het parcours. Als er snelheid kan worden gemaakt, nodigt dit de cyclocrossers soms uit om een heel spectaculaire jump te maken. Een heel bijzondere brug is die van Oostende: die verbindt de paardenrenbaan met het strand. Het bouwwerk overbrugt de grote laan waar de kusttram passeert en ligt dus hoger dan de elektriciteitskabels voor de tram. De brug is 6 meter breed en 129 meter lang en kent een stijgingspercentage van 21%. In 2017 werd de brug gebouwd voor het Belgische kampioenschap. Ook in 2021 zal ze worden opgetrokken voor het WK dat dan in het koningin der badsteden wordt georganiseerd.

Beekjes en grachten, met of zonder water

Beekjes en grachten, met of zonder water

© photonews

Andere hindernissen komen minder vaak voor, maar zorgen ook voor veel spektakel: beekjes en grachten. Zo steken de crossers in Neerpelt een beekje tussen de boomstammen over. Grachten kunnen vaak tot een ernstige valpartij leiden, zoals Mathieu van der Poel ondervond in Lokeren. Hij belandde in het ziekenhuis, gelukkig zonder al te veel ernst.

Schuine kanten

Schuine kanten

© photonews

Heel veel omlopen, zoals die op de Citadel van Namen, kennen ook een schuine kant: als de renners die moeten nemen in de modder of als het heeft gesneeuwd of gevroren, is een combinatie van heel veel eigenschappen nodig: kracht, evenwicht en stuurmanskunst. Wie risico's durft te nemen, maakt vaak het verschil.
 
Eli Iserbyt filmde deze indrukwekkende passage op het gladde parcours van het WK in Bieles, in Luxemburg, in januari 2018.

Modder

Modder

© photonews

De meeste grote cyclocrossen worden gereden in België en Nederland. Ook het weer speelt dan vaak een rol die de ondergrond van het parcours bepaalt. Als het regent, worden bepaalde stroken herschapen in modder. De renners worden dan ook herschapen in ware, haast onherkenbare modderduivels, met modder tot achter hun oren.

Sneeuw

Sneeuw

© photonews

Omdat het veldritseizoen loopt van oktober tot februari, met wedstrijden in het noorden, komt het ook vaak voor dat de renners te maken krijgen met koude omstandigheden, sneeuw en ijzel.

Wind

Wind

© photonews

Een andere meteorologische omstandigheid die typisch is voor het noorden van Europa: de wind. Net als in het wielrennen op de weg, kan de wind een geduchte tegenstander blijken: wie op kop rijdt, krijgt de wind pal op de neus, wie een ontsnapping wil wagen, kan erdoor worden ontmoedigd. Voor de crossen aan de Belgische kust, zoals Middelkerke, Oostende en Koksijde, kan stormweer voor heroïsche wedstrijden zorgen. In 2016 moesten de organisatoren de cross van Koksijde zelfs annuleren, want de wind haalde er een snelheid van meer dan 120 km per uur.

Het donker

Het donker

© photonews

En als al het voorgaande nog niet volstaat, worden sommige crossen ook nog eens 's avonds gereden en dat betekent in de winter in het donker. Diegem en Woerden zijn twee gekende voorbeelden van crossen die 's avonds worden betwist. Het zorgt voor een bijzondere sfeer en voor extra moeilijkheden voor de renners: zij kunnen zich moeilijker oriënteren in een parcours met kunstlicht.

Kasseien

Kasseien

© photonews

Natuurlijk kunnen ook kasseien deel uitmaken van een parcours, zoals op de Koppenbergcross.

Banden

Banden

© photonews

Bepaalde organisatoren wenden al hun verbeeldingskracht aan om nieuwe hindernissen te vinden voor hun omlopen. Zo kwam Erwin Vervecken voor de Flandriencross van Hamme op het idee om banden te installeren.

Het 'spinnenweb' van Niel

Het 'spinnenweb' van Niel

© photonews

Nog een gek idee waarmee de parcoursbouwers op de proppen kwamen voor de Jaarmarktcross van Niel in november 2016: een nooit geziene hindernis in het veldrijden. Een soort carrousel waarin de renners van buiten naar binnen cirkelen en daarna in de omgekeerde zin weer uit rijden. De cyclocrossers zien elkaar dan rijden en kruisen elkaar, soms in tegengestelde richting tot ze er haast gekgedraaid van werden. Duizelingwekkend voor de renners, maar spectaculair voor de toeschouwers. "Je moet je blijven focussen op je eigen spoor. Als je even opzij kijkt, word je helemaal gek", verklaarde Tom Meeusen na zijn kennismaking met het 'spinnenweb'. Het spinnenweb is nu uit het veldrijden verdwenen, maar wie weet wanneer het opnieuw in een parcours opduikt...

Over een hindernis kan je ook vallen...

Over een hindernis kan je ook vallen...

© photonews

Tot slot een video van vier minuten met valpartijen die de charme van deze wielerdiscipline uitmaken...

Top