Wielerjargon: wieltjeszuiger

Als het coronavirus mee wil werken, wacht ons een wielernajaar om duimen en vingers bij af te likken. Om het lange wachten toch enigszins te verzachten, laten we bij Proximus Picxk elke week ons licht schijnen op een term uit het wielerwoordenboek. Deze week lichten we er de wieltjeszuiger uit.
Wielerjargon: wieltjeszuiger

© Belga

Een wielerpeloton kan grosso modo ingedeeld worden in een aantal types renners. Je hebt onder andere kasseispecialisten, punchers, klimmers, spurters en loodsen. Maar ook qua instelling zijn niet alle renners uit hetzelfde hout gesneden. Je hebt er die graag aanvallen en naar niets of niemand omkijken, zoals bijvoorbeeld Mathieu Van der Poel, en je hebt er die eerder vanuit een defensieve instelling koersen, in de hoop niet gelost te worden en op het einde hun wiel net nog voor dat van hun concurrenten over de meet te kunnen gooien.

Het rennerstype dat steevast tot op het wiel rijdt, maar weigert om daarna over te nemen heeft de wielerwereld bedacht met een specifieke term: de wieltjeszuiger. Tot vervelens toe zullen die renners bij hoog en bij laag beweren dat ze gewoon niet beter konden en dat een tweede plaats het hoogst haalbare was, maar voor degene die geschaduwd wordt is er niets dat meer op de moraal kan werken.

Nederlandse stamvader Zoetemelk

Nederlandse stamvader Zoetemelk

© Belga

Eigenlijk danken we de term wieltjeszuiger aan de Nederlandse ronderenner Joop Zoetemelk, die in zijn carrière steevast af te rekenen kreeg met renners die er net boven uit staken. In eerste instantie was dat de Kannibaal Eddy Merckx en daarna Bernard Hinault. Aan zijn zes tweede plaatsen in de Tour hield hij niet alleen de bijnaam de eeuwige tweede (een die hij deelt met Raymond Poulidor trouwens, red.) over, maar Merckx beschuldigde er hem ook van om een wieltjeszuiger te zijn.

Ook meervoudig bergkoning Lucien Van Impe was diezelfde mening toegedaan. "Wat geel was, werd door Zoetemelk geschaduwd", klonk het in De Standaard in 2005. Zoetemelk zelf verklaarde dan weer dat "het geen kwestie was van niet willen, maar een kwestie van ondergaan".

Schaduw Pippo Pozzato

Schaduw Pippo Pozzato

© Belga

In de meer recente wielergeschiedenis zou Filippo Pozzato de incarnatie van de wieltjeszuiger worden. De stijlvolle Italiaanse renner schreef in 2006 Milaan-Sanremo op zijn palmares, met een juichende Boonen die luttele tellen later als vierde over de meet zou bollen, maar de vriendschap tussen de twee zou de jaren nadien stevig bekoelen.

In 2009 stonden Boonen en Pozzato allebei als topfavorieten aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Iedere keer Tornado Tom ook maar zijn kont oplichtte om aan een demarrage te denken, zat Pozzato onvermurwbaar in het wiel. Tot grote frustratie van Boonen, die de overwinning uiteindelijk naar zijn ploegmaat Stijn Devolder zou zien gaan. "Iedere keer ik achter mij keek, zag ik daar de Italiaan. Ik trapte, maar hij niet. Hij volgde me alleen als een schaduw", klonk het achteraf bitter bij de wereldkampioen van Madrid.

Een week later nam Boonen weerwraak door Parijs-Roubaix op magistrale wijze naar zijn hand te zetten, in een verbeten strijd met zijn schaduw Pozzato. Ook Philippe Gilbert zou op het WK in Geelong en in 2011 tijdens Milaan-Sanremo kennismaken met de schaduwcapaciteiten van zijn 'vriend' Pozzato. Pippo zelf had er geen probleem mee dat hij op die manier een bedenkelijke reputatie aankweekte: "Als ik zelf niet het verschil kan maken, dan zet ik mij in het wiel."

In 2018 kapte de flegmatieke Italiaan met wielrennen. Op zijn erelijst prijkt op Milaan-Sanremo, met de hulp van Boonen na, geen enkele klassieker. Misschien had een iets aanvallendere koersstijl daar wel anders over beslist...

Lees ook onze vorige aflevering over de surplace.

Top
t