Wielerjargon: surplace

Opnieuw een week zonder frisgeschoren benen en glooiende wegen vol wielrenners. Gelukkig is Proximus Pickx er met een nieuwe aflevering van de wielerjargonrubriek om de pijn toch enigzins te verzachten. Deze week zoomen we in op het fenomeen van de surplace.
Wielerjargon: surplace

© Belga

Er zijn talloze manieren om een overwinning in een wielerwedstrijd in de wacht te slepen. Je kunt het hele peloton je achterwiel laten zien in een massaspurt of je komt helemaal alleen solo aan. Maar soms ga je in een klein groepje of duo naar de meet en net als in een massaspurt is een goede positie hier van levensbelang.

Niemand wil namelijk de sprint op kop aanvatten. Degene die vanuit het wiel kan komen, heeft namelijk een groot voordeel. En dus gebeurt het weleens dat wielrenners na een ganse dag intensief koersen in de laatste kilometer hun voet van het gaspedaal halen en gaan surplacen.

Overgewaaid uit het baanwielrennen

Overgewaaid uit het baanwielrennen

© Photonews

De surplace, wat in het Frans letterlijk 'op de plaats' betekent, vindt zijn oorsprong in de sprintcompetities in het baanwielrennen. Door je remmen volledig toe te knijpen en zo lang mogelijk ter plaatse te blijven staan, proberen de spurtkanonnen elkaar de kop op te dringen. Met als gevolg dat baanwielrenners soms tot 30 minuten lang stokstil op de pedalen bleven staan - het record staat trouwens op iets meer dan een uur (63 minuten)!. De UCI had er haar buik van vol en zette dan maar een maximumduur op het surplacen.

Ook in het wegwielrennen wordt er weleens aan een surplace gedaan. Hoofdzakelijk wanneer geen enkele renner uit de kopgroep zich honderd procent zegezeker voelt. De kunst is dan om je tegenstrever de kop op te dringen, zodat jij vanuit een gunstigere positie richting eindmeet kan sprinten.

Cancelarra en Vanmarcke surplacen op de piste in Roubaix

Cancelarra en Vanmarcke surplacen op de piste in Roubaix

© Belga

De piste van Parijs-Roubaix leent zich bij uitstek tot een surplace. De link met het baanwielrennen is daar waarschijnlijk niet vreemd aan. In 2013 tijdens de 111de editie van de Helleklassieker krijgen we een editie om duimen en vingers bij af te likken. De Zwitserse krachtpatser Fabian Cancellara domineert het Vlaamse wielervoorjaar en trekt zowel in de E3 Harelbeke als in de Ronde van Vlaanderen aan het langste eind. Hij start dan ook als torenhoog favoriet in Parijs-Roubaix.

In de Hel van het Noorden ontbindt Spartacus op 50 kilometer van de streep zijn duivels. Enkel een elitegroepje kan volgen, waaruit vervolgens Stijn Vandenbergh en Sep Vanmarcke wegrijden. De tweevoudige winnaar rijdt in de achtergrond echter alles uiteen en maakt samen met ex-wereldkampioen veldrijden Zdenek Stybar vooraan de aansluiting.

Door pech vallen zowel Vandenbergh als Stybar vooraan weg, waardoor Cancellara en Vanmarcke onder elkaar mogen uitmaken wie met de felbegeerde kassei aan de haal mag gaan. Al vanonder de vod begint Cancellara aan zijn surplace om Vanmarcke de kop op te dringen. De 24-jarige West-Vlaming van Garmin laat zich echter niet van de wijs brengen en laat de Zwitserse kasseispecialist de koord trekken. Spartacus beslist er dan maar het tempo volledig uit te halen, waardoor Vanmarcke niet anders kan dan de koppositie over te nemen. De West-Vlaming, die de voorbije jaren af te rekenen kreeg met veel valpartijen, laat zich echter niet doen en probeert tevergeefs de Zwitser opnieuw de kop op te dringen. Op 175 meter brengt Vanmarcke de sprint op gang, maar de meer ervaren Cancellara komt vanuit het zadel erop en erover en zegeviert voor de derde maal in Roubaix. Vanmarcke is ontroostbaar.

Herbeleef de laatste 10 kilometer, met de surplace van Cancellara en Vanmarcke:


Top
t